Spoedgeval? Bel naar 0413 - 47 26 50

Nieuws

Waar moet u rekening mee houden bij winterse kou?

Honden

Niet elke hond kan even goed tegen de kou. Kleine honden, honden met een korte of dunne vacht en ook oude of zieke dieren hebben het sneller koud. Is uw hond buiten erg actief, dan zal hij het niet snel koud krijgen. Merkt u dat uw hond begint te rillen, dan is het verstandig om uw hond een jas aan te geven als u naar buiten gaat.

Strooizout

Momenteel wordt er veel gestrooid. Het zout kan aan de voetzooltjes van uw dier blijven kleven en dit kan voor irritatie zorgen. Door de kou en irritatie kan een hond overvloedig gaan likken of bijten. Hierdoor kunnen de voetzooltjes ontstoken raken en kan uw dier te veel zout binnen krijgen. Om dit te voorkomen kunt u na de wandeling de voetzooltjes van uw hond afspoelen en drogen. Smeer de voetzooltjes in met vaseline of speciale potenwas voordat u naar buiten gaat.

Buitenhonden

Honden die buiten verblijven zijn beter gewend aan de kou, doordat het lichaam zich hier langzaam op aan heeft kunnen passen. Maar ook voor deze honden is het belangrijk om op te letten dat ze het warm genoeg hebben. Zorg voor voldoende beschutting zodat de hond droog en windvrij kan liggen, en een warme ondergrond zoals een kleed of hondenmand. Zorg voor voldoende eten, en water dat niet bevroren is. Heeft de hond het toch te koud, hij rilt of heeft koude oren en poten, geef hem dan een plek in huis.

Katten

Veel katten zullen met dit weer minder graag naar buiten gaan en meer binnen blijven. Ze kunnen echter gerust naar buiten als ze dit willen. Zorg er wel voor dat ze altijd weer naar binnen kunnen door het kattenluik. Als de kat het buiten te koud krijgt zal hij namelijk een warme plek op gaan zoeken. Vaak gaan katten onder een auto met nog warme motor zitten. Check dus voordat u wegrijdt of er geen kat onder uw auto zit.

Konijnen

Wordt een konijn buiten gehouden, dan is zijn lichaam en vacht goed aangepast aan de kou door de dikke wintervacht. Zorg er voor dat ze zich goed warm in kunnen graven, bijvoorbeeld in een dikke laag stro en dat ze droog en tochtvrij kunnen liggen. Konijnen dienen minimaal met zijn tweeën gehouden te worden, ze leven het liefst samen en zo houden ze elkaar warm. Check regelmatig, minimaal twee keer per dag, of het drinkwater niet bevroren is. Een drinkbakje bevriest minder snel dan een drinkflesje.

Paarden

De buitentemperatuur (thermoneutrale zone) waarbij paarden, waarvan de vacht is aangepast aan de winter omdat ze altijd buiten staan, zich fijn voelen is tussen +15 graden en de -5 graden. Een paard kan zelfs tot -15 graden verdragen. Dit allemaal wel onder droge omstandigheden en zonder tocht. Zorg dus dat uw paard uit de wind en droog kan staan! Ook kan overwogen worden gebruik te maken van een regendeken of gelijkaardige. Bij geschoren paarden moet zeker gebruik gemaakt worden van een winterdeken, aangepast aan het paard en de temperatuur!

Daarnaast is het natuurlijk heel belangrijk dat het paard genoeg vers drinkwater (tussen de 10-20 graden liefst) en voeding ter beschikking heeft. Eventueel kan u extra slobber geven om daarmee de wateropname te stimuleren. Extra vaak controleren van de gezondheid is tenslotte erg belangrijk. Is uw paard alert, drinkt, eet hij goed en staat hij niet te rillen.